Schaken leer je zo!
Inhoudsopgave
1A - Ontstaan
Ontstaan van het schaakspel.
1B - Doel
Doel bij het schaakspel.
1C - Bord
Alles over het schaakbord.
1D - Coördinaten
De coördinaten op het bord.
1E - Game: coördinaten
Game: oefenen met coördinaten.
1F - Game: coördinaten
Game: oefenen met coördinaten.
1G - De stukken
De schaakstukken.
2A - De Toren
Hoe beweegt de Toren?
2B - Game: Toren
Game: oefenen met de Toren.
2C - Game: Toren
Game: oefenen met de Toren.
2D - De Loper
Hoe beweegt de Loper?
2E - Game: Loper
Game: oefenen met de Loper.
2F - Game: Loper
Game: oefenen met de Loper.
2G - De Dame
Hoe beweegt de Dame?
2H - Game: Dame
Game: oefenen met de Dame.
2I - Game: Dame
Game: oefenen met de Dame.
3A - De Koning
Hoe beweegt de Koning?
3B - Game: Koning
Game: oefenen met de Koning.
3C - Game: Koning
Game: oefenen met de Koning.
3D - Het Paard
Hoe beweegt het Paard?
3E - Game: Paard
Game: oefenen met het Paard.
3F - Game: Paard
Game: oefenen met het Paard.
3G - De pion
Hoe beweegt de pion?
3H - Game: pion
Game: oefenen met de pion.
3I - Beginstelling
Beginstelling schaakpartij.
3J - Game: Alle stukken
Game: oefenen met alle stukken.
3K - Waarde stukken
Waarde van de stukken.