Schaken leer je zo!
1B - Het doel bij het schaakspel
Zoals je inmiddels al weet is het schaakspel een bordspel. Er wordt door twee spelers gespeeld op een bord met 64 velden.
Beide spelers beginnen met 16 stukken. De een speelt met de licht gekleurde stukken de ander met de donker gekleurde stukken. Deze stukken staan aan het begin van het spel aan twee uiteinden van het bord op twee rijen opgesteld.
De spelers doen om beurten een zet met een van hun stukken. Iedere speler begint met: één Koning, één Dame, twee Torens, twee Lopers, twee Paarden en acht pionnen. Al deze stukken kunnen ook stukken van de ander slaan.
Wat bij schaken zo leuk is, is dat alle stukken op een andere manier over het bord kunnen bewegen. Dat klinkt misschien moeilijk, maar het valt best mee hoor.
Het doel van het spel is om de Koning van de ander zo in te sluiten dat deze niet meer kan ontsnappen.
Met hun zetten proberen de spelers dus hun eigen Koning te verdedigen of de Koning van de ander aan te vallen.